Zoeken

Wil je dat ik blijf? // short-story


Short story door: Sam Ashton

Bron: Pinterest


Water. Ik mis water. Schuurpapier schraapt mijn keel als een houten plank. Zij heeft water. Waarom ik dan niet? Een spel van egoïsme, dat is wat het is. Ze zal nooit gaan toegeven dat dit een bepaling van de hierarchie in deze plek is. Zij normaal genoeg om water naast haar te mogen hebben. Ik moet daar eerst om vragen zodat het medelijdend water is, een slachtoffer rol. Het meisje dat om water vraagt.


“Oké mevrouw Hines-Banks,” begint de blonde vrouw beschaafd. Haar notitieboekje rust op haar schoot, klaar om mijn problemen op te vangen als een dromenvanger. “Allereerst vind ik het belangrijk dat je weet dat alles hier veilig is. Geen woord is te gek, geen reden te vitaal. Jij bent hier belangrijk en ik hoop dat je wilt delen.”


Ik zwijg. Wilt ze dat ik antwoord geef? Ze begrijpt het toch net. Hoe kan ze als ik het zelf allemaal niet begrijp?


“Goed. Daarnaast heb ik hier een formulier met alle huisregels en de informatie over de afdeling." Het is moeilijk om niet te lachen om het getekende cheerleader cartoontje in de hoek van de flyer. Wat ze wel niet verzinnen om een klein sprankeltje hoop te geven.


“Voordat we gaan praten wil ik graag dat je begrijpt dat we jou niet kunnen helpen als je zelf niet geholpen wil worden. Er zal niets veranderen als je zelf niet open staat voor het proces.”


“Harde woorden,” mompel ik. Haar ogen knipperen alsof ze schrikt van het eerste geluid dat ik maak.


“Soms is de realiteit hard, maar we noemen het hier de eerste stap naar verbetering.”


“De eerste stap was hier naartoe komen en dat was niet mijn keuze.”


“Zie het als een duwtje in de rug Ruth. Je ouders hebben je ingeschreven toch?”


Ik knik zachtjes. “Pleegouders.” Het is spijtig dat ik haar niet de antwoorden kan geven die ze wil horen. Het ziet er naar uit dat mevrouw Krinks een vriendelijke vrouw is maar als ze geen teleurstelling wilde had ze een ander beroep moeten kiezen.


“Excuses,” zegt ze noterend. Nooit noemde ik hun mijn pleegouders. Sinds alles gebeurd is voel ik me nog minder hun dochter dan tevoren. “Ziet er naar uit dat je heel wat op je bordje hebt gehad Ruth.”


De nachtmerries begonnen vorige winter. De plotselinge klap zorgde voor zwarte gaten in mijn dagen. Dingen die ik me niet meer kon herinneren. Continu herhalend dat het mijn schuld was. Maar het werd allemaal erger toen de zwarte gaten verdwenen. Toen dagen ineens bestonden uit 24 uur in plaats van de helft. Het constante gevoel van tintelingen in mijn ledematen maate voortbewegen zwaar, maar ik moest. Nooit voordat ik bij het gezin Banks terecht kwam voelde ik me ergens bijbehorend. Ik was geen dochter, geen zus en geen vriend. Het terugkeren van die leegte was een gevoel van schaamte meer als een gevoel van pijn. Iets wat ik niet wilde begrijpen. Dat de afstand tussen mij en familie Banks groter werd was dan ook niet vreemd.


“Ik geloof er in dat iedereen moeilijke dingen op zijn bordje krijgt. Echter weten sommige mensen wat ze moeten doen om er mee om te gaan en weet een klein deel alleen maar hoe ze zwakkelingen moeten zijn.”


“Je bent geen zwakkeling omdat je het zwaar had met jouw bordje Ruth,” zegt ze zacht. Ik haat het hoe vaak ze mijn naam herhaalt. Alsof ik een constante herinnering nodig heb aan mijn naam.

Ik haal mijn schouders op. “Ik weet in ieder geval dat ik niet sterk genoeg ben het probleem op te lossen. Wat maakt me dat dan?”


“Daar gaan we je mee helpen.”


“Ik ben niet te helpen. Dit is geen kwestie van een paracetemolletje in drukken en doorgaan met het leven. Er is iemand dood en ik weet zeker dat het door mij komt.”


Mevrouw Krinks kijkt me strak aan. Haar ogen branden in mijn gezicht. Wat wil ze dat ik haar nu ga vertellen? Dat ik maar een grapje maakte, dat ik er zin in heb? Hulpverleners in de mentale zorg zijn achterlijk. Ze denken altijd te weten wat helpt maar eigenlijk hoor ik alleen maar woorden die tegenspreken hoe ik me voel.

Ik schrik op als ze haar notitieboek dichtslaat. Ze staat op en grijpt haar spullen van de tafel. “Goed Ruth. Jij bent niet te helpen volgens jou, waarom zou ik de moeite dan doen?”


Mijn woorden zijn verstikt. Een touw om mijn nek gebonden om het geluid in mijn keel weg te knijpen. Ik knipper, drie keer. Meent ze dit? “Maar-“


“Maar wat?”


“Mag u dat zomaar doen? Weglopen?”


“Je bent zes weken verplicht hier te blijven dus ik kan je prima achterlaten zo,” zegt ze stug. Dit heeft ze vaker gedaan. Ik ben zeker weten niet de eerste die niet geholpen wilt worden en haar ogen verraden dat. “Of wil je graag dat ik blijf?”

Ze doelt erop. Dit is haar plan. Weten dat dit haar plan is maakt me nog opstandiger dan ik al was. Mijn voeten klemmen zich aan de grond, rug recht en ogen vurig.


“Nee hoor,” antwoord ik verstompt. “Ik hoef geen hulp.”


0 keer bekeken
  • Grey Instagram Icon
  • Grey Facebook Icon
  • Grey Pinterest Icon
  • Grey Twitter Icon
  • Grey YouTube Icon

© 2019, Fancy Words en zijn content is eigendom van Sam Ashton